Seizoensarbeid wordt duur onder WAB

De nieuwe Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) herstelt weeffouten, maar de landbouw is slachtoffer.

Een van de doelen van de Wet Werk en Zekerheid (WWZ), die in 2015 geïntroduceerd werd, was het creëren van meer vaste banen. Het tegendeel werd bereikt: werkgevers waren steeds minder bereid werknemers in vaste dienst te nemen. De nieuwe Wet Arbeidsmarkt in Balans (WAB) moet de ‘weeffouten’ in de WWZ oplossen. Enkele punten hieruit:

  • WW-premie flexibel contract wordt hoger
  • Transitievergoeding vanaf eerste werkdag
  • Oproepkrachten 4 dagen eerder oproepen
  • Ketenregeling van 2 naar 3 jaar
  • Proeftijd van 5 maanden wordt mogelijk

Een aantal eisen die de WAB gaat stellen aan werkgevers zijn voor de agrarische sector heel vervelend. De WAB lijkt geen rekening te houden met seizoensarbeid. De belangrijkste knelpunten voor de sector in de WAB zijn: een hogere WW-premie, meer transitievergoedingen en strengere eisen rondom oproepkrachten.

Hoe de WAB er uiteindelijk uit gaat zien, is nog niet bekend. Die ligt nu ter beoordeling bij de Raad van State. In het najaar gaat de WAB naar de Tweede Kamer om in 2020 in werking te treden.

Het ontwerp van de WAB is in april openbaar gemaakt, vervolgens was er een internetconsultatie. Die leverde maar liefst 278 reacties op. Een belangrijk deel daarvan – 80 – betrof reacties van agrarische ondernemers. Wat voor invloed de consultatieronde op het wetsvoorstel heeft gehad is nu nog onduidelijk. Die versie ligt nu immers nog bij de Raad van State.

Hoog-laag WW-premie

Om werkgevers in de richting van vaste contracten te sturen, wordt de sectorale WW-premie afgeschaft.

Ook komen er twee nieuwe soorten WW-premies. Een lage premie voor vaste contracten en een hoge premie voor flexibele contracten. Volgens Hans Koehorst, specialist sociaaleconomisch beleid en fiscaliteit bij LTO Nederland, is deze oplossing veel te rigide.

“Er wordt helemaal geen rekening gehouden met onze sector waarbij seizoensarbeid heel belangrijk is. Zelfs scholieren en studenten vallen straks onder het hoge tarief”, zegt hij.

Werkgevers kunnen voor seizoenswerk niet sturen op contractvorm, daarmee zijn ze automatisch veroordeeld tot hogere lasten

“In overleggen met minister Koolmees en politici benadrukken we dat vooral agrarische werkgevers met seizoensarbeid de keuze niet hebben om hun seizoenskrachten een vast contract te geven en daarmee te sturen op loonkosten zoals het Kabinet voorspiegelt. De werkgevers een keuze bieden is een aanlokkelijk streven, maar dan moet er wel wat te kiezen zijn.”

“Werkgevers kunnen voor seizoenswerk – dat vanwege de natuurlijke en klimatologische omstandigheden in de kern altijd tijdelijk van aard is – daarom niet sturen op contractvorm. Daarmee zijn ze automatisch ‘veroordeeld’ tot hogere lasten.”

Hoe hoog de premie voor flexibele arbeidskrachten gaat uitvallen, is nu nog niet bekend. Maar volgens Koehorst gaat het om substantiële bedragen.

Kostbare wijziging transitievergoeding

Een andere belangrijke en kostbare wijziging gaat over de transitievergoeding. Op dit moment begint de transitievergoeding pas te tellen na een dienstverband van 2 jaar. Bij de invoering van de nieuwe WAB-wet gaat die regeling in vanaf dag één. Dit geldt zowel voor vast als tijdelijk personeel.

Een tijdelijk of vast contract maakt straks voor een transitievergoeding niet meer uit

Als de arbeidsovereenkomst eindigt, heeft iedere werknemer dus recht op de transitievergoeding. Een voordeel is wel dat de transitievergoeding voor dienstjaren langer dan 10 jaar niet meer zwaarder wegen. Voor alle situaties geldt bij de invoering van de nieuwe wet dat voor elk jaar in dienstverband een derde maandsalaris betaald moet gaan worden.

“Een tijdelijk of vast contract maakt straks voor een transitievergoeding niet meer uit”, aldus Ronald Mol, arbeidsjurist bij Abab accountants en adviseurs in Tilburg, “Dat is een stevige tegenvaller voor de agrarische sector met seizoensarbeid. Dat komt dan nog eens bovenop de hogere WW-premie waar boeren bijna niet aan kunnen ontkomen.”

Nieuwe voorwaarden oproepcontracten

Een derde verandering in de WAB die slecht uitpakt voor de agrarische sector is de aanpassing van de ‘negatieve effecten’ – zoals het ministerie dat noemt – van oproepcontracten.

Na invoering van de WAB moeten oproepkrachten minimaal 4 dagen van tevoren worden opgeroepen. Daarbij moet alles schriftelijk worden vastgelegd. Gebeurt dat niet, dan hoeft de oproepkracht niet te komen. Wordt een oproep korter dan 4 dagen van te voren afgezegd, dan heeft de betreffende werknemer toch recht op het loon over de in eerste instantie afgesproken periode.

Ik hoop dat het lukt om specifieke afspraken te maken, anders kom je in de oogstperiode in de problemen

Daarnaast moet een werkgever na een jaar de oproepkracht een contract aanbieden met een vast aantal uren dat het gemiddelde aantal gewerkte uren over de laatste 12 maanden weerspiegelt.

Mol: “Nu is het zo dat een werknemer zich na 3 maanden kan beroepen op het aanpassen van het contract op basis van de daadwerkelijk gewerkte uren. Dat wordt omgedraaid. Als de werkgever na 13 maanden niets doet,wordt het contract automatisch aangepast.”

De Abab-jurist heeft de hoop dat er een uitzondering komt voor de agrarische sector nog niet opgegeven. “Ik hoop dat het lukt specifieke afspraken te maken, in de oogstperiode kom je anders in de problemen. In de memorie van toelichting bij de WAB staat dat daar nog over wordt nagedacht.”

Voordelen van de WAB

De WAB biedt ook enkele verbeteringen ten opzichte van de WWZ. Zo wordt ontslag wat gemakkelijker door de invoering van de ‘cumulatiegrond’. Hierdoor kan de rechter op basis van meerdere ontslaggronden tot ontslag over gaan. Ook als het dossier misschien niet compleet is.

Wel staat daar een hogere vergoeding tegenover. Tot maximaal de helft van de transitievergoeding die bovenop de verplichte transitievergoeding komt. Hiermee komt de kantonrechtersformule enigszins terug.

Ook wordt de ketenregeling van 2 naar 3 jaar verruimd. Wel blijft het aantal tijdelijke contracten in die periode op drie staan. Ook de tussentijd tussen contracten blijft 6 maanden, maar kan in de cao worden teruggebracht naar 3 maanden.

Koehorst: “Voor de agrarische sector is dit al in 2015 in de cao’s geregeld. De WWZ biedt die mogelijkheid namelijk ook. De opzet in de WAB is wel breder, wellicht interessant voor andere sectoren buiten de landbouw.

Tot slot wordt ook de proeftijd bij een contract voor onbepaalde tijd naar 5 maanden verlengd. Volgens Koehorst zit daar geen voordeel in voor de sector. Gebruiken voor seizoensarbeid levert niets op. “Je betaalt dan de hogere WW-premie, dat heeft geen zin.”

Bron: Boerderij.nl